Ridder worden

Alleen jongens werden ridder. Vrouwelijke vechters waren er bijna niet. Er is maar één vrouwelijke ridder beroemd geworden: Jeanne d'Arc in Frankrijk. Als je ridder zou worden, dan hadden je ouders dat al beslist voordat je 7 jaar werd. Ouders van ridders waren rijk en van adel. Hun zonen van 7 of 8 jaar gingen naar een ander kasteel om daar voor ridder te leren. Dan waren het pages. Een page leerde goede manieren, bijv. hoe je netjes moest eten. Vechten leerden ze met nagemaakte houten wapens.

Was een page 14 jaar, dan werd hij schildknaap. Dat betekende dat hij een ridder moest helpen, bijv. met het aantrekken van het harnas, maar ook bij het vechten. Als de ridder gewond raakte, moest de schildknaap hem verzorgen. Of, als het nodig was, hulp halen. Verder was het zijn taak de paarden en de honden te verzorgen, wapens te poetsen en te repareren en alles te weten over de jacht. Aan het eind van de opleiding mocht de schildknaap met echte wapens vechten.

Een schildknaap van achttien jaar kon zelf ridder worden. Voordat het zover was, moest de schildknaap de hele nacht opblijven. Dat was de nachtwake. Viel de jongen in slaap, dan was hij nog niet geschikt om ridder te worden en ging het feest niet door. Bleef hij wakker, dan werd hij de volgende dag tot ridder geslagen. Dat gebeurde door een edelman, die meestal de nieuwe baas van de ridder was.
De nieuwe ridder moest knielen, en de edelman legde het zwaard plechtig, met de platte kant, op de linker- en rechterschouder van de schildknaap. Als hij daarna opstond, was de schildknaap ridder. Hij kreeg het zwaard cadeau en iedereen gefeliciteerde hem.

Het belangrijkste wapen van een ridder was zijn zwaard. Een zwaard was een heel groot mes met een breed handvat, van wel een meter lang. Een zwaard was een gevaarlijk, dodelijk wapen. Het werd gebruikt in het gevecht van man tot man. Een ridder had zijn zwaard altijd bij zich, in een leren draagriem om zijn middel.
Pijlen werden gebruikt voor de lange afstand. Met brandende pijlen konden houten kastelen in brand worden geschoten. Pijlen met ijzeren punten waren ook dodelijk . Ze werden afgeschoten met een handboog of kruisboog. Met een kruisboog kwamen ze wel 300 meter ver. Verder gebruikten ridders in de strijd messen, knotsen en lansen. Een lans was een lange stok met een scherpe ijzeren punt. Aan het eind van de Middeleeuwen verscheen de hellebaard op het slagveld. Het was een lans met een scherpe bijl aan de bovenkant.

knotsen

zwaard

Boven: hellebaarden

Ridders door de eeuwen  *  Harnas en wapensHoe werd je ridder?  *

Ridderpak en schild zelf maken  *   Kastelen

Beginpagina

Meer thema's