Ridder is een middeleeuws woord voor ruiter of paardrijder. Ridders waren soldaten die vochten vanaf hun paard. Ze vochten voor hun baas: meestal een koning, prins of hertog met een eigen land, koninkrijk, prinsdom of hertogdom. Er waren veel oorlogen, omdat de bazen hun land groter wilden maken. Of ze wilden het verdedigen tegen aanvallen. En daar moesten de ridders aan te pas komen.
Als beloning voor hun werk kregen ridders een eigen stuk land. Daar konden ze een huis bouwen: een kasteel. Het land bij het kasteel werd bewerkt door boeren. Ze verbouwden er graan of groente. De boeren in de Middeleeuwen waren erg arm. Een groot deel van hun oogst moesten ze afstaan aan de ridder of een andere eigenaar van het land. Zelf hielden ze niet veel over.

Na 1200 kreeg het woord ridder een andere betekenis. Ridders waren niet alleen vechters te paard, maar ook rijke en belangrijke mensen. Anderen keken tegen hen op. Ze leefden volgens strenge regels. Ze moesten zich netjes gedragen en andere mensen beschermen. Ridders geloofden in God, en ze wilden dat andere mensen dat ook deden. Het was heel belangrijk hoe een ridder eruitzag, hoe hij leefde, hoe hij at, hoe hij feesten organiseerde en wie hij daarvoor uitnodigde

In de tijd van de edelen werden toernooien georganiseerd: gevechten als een wedstrijd. Het echte vechten gebeurde niet meer zo vaak. Er was minder oorlog dan aan het begin van de Middeleeuwen. In de toernooien waren de ridders geen vijanden. Het ging om de eer. De winnaar kreeg een prijs, bijvoorbeeld een wapenuitrusting of goud. Soms hoopte de winnaar dat hij met de dochter van de kasteelheer mocht trouwen.
Bij een toernooi ging het er feestelijk aan toe. Het wedstrijdterrein was versierd met vlaggen en wapenschilden. Er waren tribunes voor het publiek, en er werd gewed wie zou winnen.

De Heilige Oorlogen in de Middeleeuwen waren gevechten van christenen tegen moslims. Christenen hadden het kruis als symbool. Daarom heetten hun tochten naar het Heilige Land kruistochten. De christelijke oorlogsvoerders heetten kruisvaarders. Het waren niet alleen ridders, maar ook veel gewone mensen.

Uit heel Europa trokken de kruisvaarders naar verre landen: Turkije, Egypte, Syrië, en naar de streek die nu Israël heet (in de bijbel het Heilige Land). Het was een enorme reis voor die tijd. De meeste mensen gingen lopend. Sommigen namen karren mee. Ridders gingen op hun paard.

De moslims uit die landen vochten hard terug.

De meeste kruistochten mislukten, omdat de verre reis veel te zwaar was. De mensen kenden de weg niet, er was te weinig eten en er braken ziektes uit. Veel kruisvaarders stierven. In 1212 gingen duizenden kinderen op weg naar Jeruzalem. Ook hun tocht mislukte. Sommige kinderen werden verkocht als slaven.

Thea Beckman schreef er een boek over: Kruistocht in Spijkerbroek.

Ridders door de eeuwen

Ridders door de eeuwen  *  Harnas en wapensHoe werd je ridder?  *

Ridderpak en schild zelf maken  *   Kastelen

Beginpagina

Meer thema's