Ontstaan en geschiedenis van het circus
Het woord circus komt uit het Latijn en betekent letterlijk cirkel. De Romeinen gebruikten deze naam voor hun renbanen waar zij wagenrennen hielden. Het waren langwerpige banen met in het midden een lange muur die aan de uiteinden halfronde palen had, waaromheen de wagens de bocht moesten nemen. Aan één korte kant stonden de stallen van waaruit de wagens startten. Aan weerszijden van de baan waren tribunes voor de toeschouwers. Sommige van deze Romeinse renbanen zijn bewaard gebleven. In Rome is de bekendste renbaan te bezichtigen: circus Maximus met 400.000 plaatsen.

De geschiedenis van het circus zoals we dat nu kennen begint in 1770. Een Engelse sergeant, Philip Astley, vertoonde toen zijn kunsten op paarden in een piste met een tribune eromheen. Later nodigde hij zangers, dansers en clowns uit om tussen de paardennummers op te treden. In 1774 ging hij met zijn circus naar Parijs en had daar veel succes. De circustraditie was geboren.

In de 19e eeuw ontstonden er in Engeland en Frankrijk overal circussen. Vaak waren het families die een eigen circus oprichtten en hiermee hun brood probeerden te verdienen. Zo was er in Frankrijk het circus Franconi en in Engeland het circus van de gebroeders Sanger. De circustraditie waaide over naar Amerika. Daar ontstond het eerste rondreizende tentcircus rond 1830. Hier werden wilde dieren, zoals leeuwen en tijgers, in het circusprogramma geïntroduceerd.
In Europa speelden de circussen tot 1850 in vaste gebouwen. De circusshows waren uitgaansvermaak voor de elite. In het begin van de 20e eeuw ontstonden de grote circussen in Europa, zoals Knie en Krone. In de Sovjet-Unie ontstond het Staatscircus. In Nederland waren Carré en Van Bever de grote namen. Na de Tweede Wereldoorlog werd Boltini het bekendste circus.

Hooggeëerd publiek!
Wie tegenwoordig naar een circusvoorstelling gaat, krijgt allerlei verschillende acts te zien: acrobaten, jongleurs, koorddansers, clowns, goochelaars en nummers met dieren. In een grote tent is in het midden een ronde piste waar zand ligt. Daaromheen zijn tribunes voor het publiek. Een orkestje begeleidt de verschillende acts, van tromgeroffel tijdens de spannende momenten tot een vrolijk melodietje tussen de acts door.

Aan één kant van de piste hangt een toneeldoek, waardoor de artiesten binnenkomen. De spreekstalmeester kondigt alle artiesten uitgebreid aan. Hij draagt een net pak met een hoge hoed en heeft vaak een getekend snorretje. Circusjongens zijn in de weer met de technische voorbereidingen voor elk nummer. Soms zijn hun activiteiten een act op zichzelf. Ze dragen bijvoorbeeld artiesten weg of rollen de spreekstalmeester in een tapijt. Soms kan een bezoek aan het circus uitgebreid worden met een kijkje achter de schermen. Een avond of middag naar het circus is dus een echte belevenis!

Beginpagina

Meer thema's

Wat wil je zien?

Ontstaan en geschiedenis van het circus  *  Kindercircus  *   Leren jongleren

Circusknutsels  *  Moppen  en cartoons  *  CliniClowns

Een stad op wielen
Een rondtrekkend circus is tegenwoordig een hele onderneming. Een circus slaat tussen maart en november zijn tenten in steeds wisselende plaatsen op. Dat is elke keer maar voor een paar dagen. Iedere keer moet alles weer ingepakt en vervoerd worden naar de volgende plek: de tent met alles wat erbij hoort, de caravans van de medewerkers, wagens met dieren, alle attributen die de artiesten gebruiken enz.

In zo'n circus moeten de mensen zelf voor alles zorgen. Vandaar dat een circus ook over voorzieningen heeft zoals een keukenwagen, een kleermakerij en een technische werkplaats. Dierenverzorgers verzorgen de dieren, halen voedsel en zorgen voor het afvoeren van de mest. De reclameborden die het circus aankondigen worden ook door mensen van het circus geplaatst. Verder zorgt het circus voor de kinderen die naar school moeten. Zij gaan naar een speciale circusschool. Deze school wordt meestal verzorgd door een juf of meester die met het circus meereist.

Ontstaan en geschiedenis van het circus